Skip to content
Leven en bewustzijn
  • Praktijk
    • Consulten
      • Hypnotherapie
      • Omgaan met hooggevoeligheid
      • Werk en spiritualiteit
      • Ziekte en gezondheid
      • Leer Channelen
    • Workshops
    • Oefeningen
      • Omgaan met angst
      • Passend werk
      • Spirituele genezing
  • Informatie
    • Uitgangspunten
    • Contact
    • Over mezelf
  • Teksten
    • Esoterie
    • Filosofie
    • Psychologie
    • Verhalen
    • Gedichten
  • Overige
    • Lezing “De magie van Ascensie”
    • Rararadio
    • Mijn YouTube kanaal
  • Agenda
  • Sitemap
  • Nederlands
    • Nederlands
    • English
  • Search Icon

Leven en bewustzijn

Praktijk voor spirituele hypnotherapie

Causaliteit en spiritualiteit

Causaliteit en spiritualiteit

Gerrit Gielen

We willen de wereld om ons heen graag begrijpen. Vroeger deden we dat met behulp van goden, maar geleidelijk aan maakten die plaats voor natuurwetten zoals de wet van de zwaartekracht. En inderdaad: de wereld rondom ons lijkt zich volgens die causale natuurwetten te gedragen. Die lijken alles te verklaren en allesbepalend te zijn, gelijk de almachtige God van vroeger.
Toch ervaren we dat vaak anders: gebeurtenissen en ontmoetingen zijn vaak zinvol; ze leiden tot innerlijke groei en bewustwording. Het leven lijkt betekenis te hebben.

Dit roept de vraag op:
Als alles bepaald wordt door anonieme mathematische wetten, hoe is het dan mogelijk dat ervaringen soms als persoonlijk en betekenisvol ervaren kunnen worden?

Je zou het ook als volgt kunnen formuleren: spirituele opvattingen lijken vaak te botsen met causale en rationele opvattingen. Je komt bijvoorbeeld onverwachts een oude jeugdvriend tegen die je lange tijd niet gezien hebt. Wat er dan allemaal door je heen gaat aan herinneringen, gevoelens en gedachtes heeft weinig te maken met de wetenschappelijke opvatting dat die ander niet meer is dan een verzameling dode atomen voortgedreven door zelfzuchtige genen.

Nog enkele voorbeelden.

– Hoe zit het met reïncarnatie? Als iedereen meerdere levens op aarde geleid heeft, hoe valt dan te verklaren dat de aarde vroeger zo dunbevolkt was? Er leven nu ruim 8 miljard mensen op aarde, in het begin van onze jaartelling waren dat er ongeveer 200 miljoen. Dat lijkt toch onmogelijk als heel veel mensen die nu leven vorige levens hebben gehad in die tijd.

– Als lijden en slachtofferschap het gevolg zijn van daderschap in vorige levens, hoe is dat dan begonnen? Als er eerst de daders waren, waren hun slachtoffers dan niet onschuldig?

– Hoe is de vrije wil mogelijk als alles bepaald wordt door mathematische natuurwetten en toeval?

– Hoe kan er een leven na de dood zijn als we bestaan uit atomen?

– Hoe kan een verzameling atomen überhaupt ervaringen en een innerlijk leven hebben?

In dit essay wil ik onder meer duidelijk maken dat het spirituele wereldbeeld fundamenteel verschilt van het traditionele materialistische ; het spirituele is betekenisvol in tegenstelling tot het fundamenteel betekenisloze materialistische. Het heeft een geheel andere causale structuur 1): de basis van het spirituele wereldbeeld is bewustzijn en niet materie, dat slechts een kanaal is om bewustzijn tot uitdrukking te brengen en ontmoetingen mogelijk te maken. In spiritualiteit is eenheid en bewustzijn de basis van alles, in materialisme veelheid en de dood.

Binnen het materialisme vormt causaliteit een keten van oorzaak en gevolg, ingebed in de tijd: oorzaken liggen in het verleden. In het spirituele wereldbeeld liggen oorzaken buiten de tijd en dus niet in het verleden, maar op een tijdloos, bewust innerlijk vlak. Dit vlak noemen we de causale sfeer 2): het gebied waar de gebeurtenissen in ons leven hun werkelijke oorzaak hebben.

In dit essay wil ik laten zien dat logische problemen zoals bovengenoemde ontstaan als we beide wereldbeelden door elkaar heen gebruiken. Het is dan alsof we geloven dat de aarde zowel plat als rond is. Dergelijke problemen verdwijnen als we beseffen dat de fysieke wereld een onderdeel is van het betekenisvolle universum en er niet los van staat. De fysieke wetten vormen de randvoorwaarden voor betekenisvolle ervaringen, ze maken betekenisvolle ervaringen mogelijk. We kunnen ze vergelijken met de spelregels van een spel .

Het betekenisvolle universum


Wat is een betekenisvol universum?

In het betekenisvolle universum liggen de oorzaken van gebeurtenissen intern, in een diepere innerlijke bron. Gebeurtenissen zijn bedoeld om betekenisvolle ervaringen mogelijk te maken. Een ervaring die ons bewustzijn verrijkt, van ons een liefdevoller en wijzer mens maakt, ervaren we als betekenisvol. De bron van die betekenisvolle gebeurtenissen noemen we de causale sfeer. Oorzaken van gebeurtenissen liggen dus niet in het verleden, maar in het tijdloze bewuste veld van het eeuwige nu. De oorzaken van dingen als reïncarnatie, dader- en slachtofferschap zijn hier, en komen dus niet voort uit het verleden. Ze zijn wèl verbonden met het veld van ervaringen dat wij het verleden noemen.

In de betekenisloze wereld, het traditionele fysieke universum, hebben gebeurtenissen op zich geen betekenis; ze worden veroorzaakt door toevallige gebeurtenissen uit het verleden en wetmatigheden die buiten ons bewustzijn liggen.

In het betekenisvolle universum is het fysieke universum het middel om zinvolle en verrijkende ervaringen te kunnen aangaan. Het fysieke universum ervaren we, het heeft geen eigen realiteit buiten ervaringen om.

We kunnen onze relatie met de causale wereld op de volgende manier illustreren.

Stel, een schrijfster van psychologische romans wil een nieuw boek schrijven. Dat boek begint met een idee: een vrouw op vakantie in Parijs. Ze maakt toeristische foto’s die ze later thuis bekijkt. Op een van die foto’s ziet ze een jeugdvriendin staan die ze al lang dood waande. Ze is zelfs bij haar begrafenis geweest. Die gebeurtenis vormt de basis van het boek.

Van hieruit gaat de schrijfster aan de slag.
Wie is die vrouw? Wie haar vriendin? Wat is er vroeger tussen hen gebeurd? Zo is er nog een hele lijst met vragen. Op die vragen worden antwoorden bedacht, hele levens, families, dramatische gebeurtenissen, emotionele ontwikkelingen. Vanuit deze opzet van de roman construeert de schrijfster de speurtocht naar de dood van de vriendin van de vrouw die op vakantie is in Parijs. Aan het einde van de roman volgt dan een verrassende ontknoping.

Er is ook een diepere laag in de roman.
Uiteindelijk is de hoofdpersoon op zoek naar zichzelf. Wie is ze werkelijk? Haar zoektocht is ook een innerlijke reis. De jeugdherinneringen aan de vriendin herinneren haar ook aan iets dat ze in zichzelf verloren heeft. Het besluit op zoek te gaan naar haar vriendin maakt iets in haar los. De dood gewaande vriendin staat dus ook symbool voor iets wat ze in zichzelf verloren dacht te hebben. De schrijfster hoopt dat dit ook gebeurt bij de lezer tijdens het lezen van het boek.

Dan het verloop van het verhaal.. De gebeurtenissen in het verhaal volgen elkaar chronologisch op met zo nu en dan flash backs. De lezer ervaart dus dat het verhaal zich in de tijd ontwikkelt, het heeft een chronologisch begin, midden en einde. Af en toe wordt er teruggesprongen in de tijd, waardoor dingen verduidelijkt worden of vanuit een ander perspectief bekeken.

Tijdens het lezen ervaart de lezer tijd en causaliteit zoals die zich binnen het verhaal afspelen. De gebeurtenissen vinden plaats in de tijd en volgen elkaar logisch op, het een volgt uit het ander. De hoofdpersoon van het verhaal weet dit aanvankelijk nog niet, maar ontdekt geleidelijk wat er met haar vriendin gebeurd is. Aan het einde is haar pas alles duidelijk. Pas dan begrijpt ze het.

Dit is te vergelijken met de manier waarop wij het leven ervaren. De gebeurtenissen volgen elkaar op. Wat er in het nu-moment gebeurt heeft een oorzaak in het verleden. In de loop van ons leven gaan we, al terugkijkend, gebeurtenissen beter begrijpen, en ook ons eigen gedrag daarbij en dat van anderen.

Ook met betrekking tot het boek kunnen we beide vormen van causaliteit waarnemen. Doordat de schrijfster het verhaal zich laat afspelen op een wijze die de lezer als het ware mee kan beleven ontstaat er voor de lezer een aangename esthetische ervaring. Dit is ook het psychologische doel van de schrijfster: ze hoopt dat de lezer tijdens het lezen van het verhaal geboeid wordt en tegelijk een diepere laag aantreft door iets van zichzelf in de hoofdpersoon te herkennen, iets wat hij of zij misschien zelf verloren heeft.

Samenvattend, er zijn twee causale stromen:

  1. Die binnen het kader van het boek: de opeenvolging van gebeurtenissen waar schijnbaar de ene gebeurtenis logisch op de andere volgt conform de natuurwetten. We volgen die stroom door de bladzijden van het boek één voor één in chronologische volgorde te lezen. We kunnen dit vergelijken met de manier waarop we de dagen van ons leven ervaren.
  2. Buiten het boek: de gedachtestroom van de schrijfster die ten grondslag ligt aan het boek en er betekenis aan geeft.

Twee totaal verschillende stromen kunnen we dus onderscheiden die zich in een totaal andere wereld afspelen. De eerste binnen de wereld van het boek, de tweede daarbuiten.

Die eerste causale stroom is in wezen schijn, is geen op zichzelf staand proces.; hij dient slechts om de tweede causale stroom te ondersteunen en de lezer geleidelijk de diepere laag in het verhaal te laten ontdekken en ervaren.

We kunnen dit vergelijken met onze eigen ervaring. Er is een schijnbaar causale stroom binnen de wereld van tijd en ruimte zoals wij die ervaren. En er is een stroom die zijn bron heeft in de causale wereld en die de gebeurtenissen zoals wij die ervaren betekenis geeft.

Een tijdje geleden zat ik naar een documentaire over de Amerikaanse rockband The Eagles te kijken. Een van de leden zei over de periode dat hij lid was van de band: ‘Toen ik er midden in zat leek het een totale chaos, terugkijkend lijkt het een perfect gecomponeerde literaire roman.’
Ik denk dat veel oudere mensen die ervaring hebben als ze terugkijken op hun leven. Als ze er in zitten lijkt het tamelijk chaotisch en willekeurig, achteraf begint alles op zijn plek te vallen en betekenis te krijgen.

Onze levens hebben een betekenis die niet begrepen kan worden, als de gebeurtenissen in het universum waarin we leven alleen maar te verklaren zijn door de eerste causale stroom. We kunnen onze situatie beter vergelijken met die van de lezer van het boek zoals die de gebeurtenissen erin ervaart: de dingen die erin gebeuren, de beschreven ontmoetingen, zijn niet alleen wat er uiterlijk gebeurt, maar hebben een diepere laag, een betekenis die ons kan verrijken.

Wie is dan de schrijver van het boek van mijn leven? Dat ben ik zelf, dat is mijn ziel. Die creëert wat ik zal gaan ervaren. Naar aanleiding van haar ervaringen in vorige levens van mij daalt mijn ziel af in mij als de persoon die ik ben in dit leven, in deze incarnatie. De voorgaande levens vergeet ze om aan een nieuwe bladzijde in het levensboek van mijn levens te kunnen beginnen. In deze nieuwe incarnatie kan mijn ziel weer nieuwe ervaringen opdoen.

De dagen van onze levens zijn voor de ziel de pagina’s van het boek waarop het verhaal geschreven wordt. Natuurlijk heeft de persoonlijkheid een bepaalde mate van vrijheid. Het leven is wat dat betreft eerder te vergelijken met een computergame dan met een boek: er zijn allerlei keuzes mogelijk, maar de hoofdlijn ligt vast en ook de belangrijkste gebeurtenissen liggen vast.

Het fysieke universum als ervaringsruimte


Dit betekent dat het fysieke universum te vergelijken is met een canvas waarop de ziel een ervaringsruimte creëert. Die ervaringsruimte is de som van alle mogelijke gebeurtenissen in een leven en wordt dus niet bepaald door wat er theoretisch allemaal mogelijk is in een leven, maar door wat de ziel aan mogelijke ervaringen wil opdoen in een leven.
Een reis naar China kan bijvoorbeeld tot de mogelijkheden van een ervaringsruimte behoren, maar een reis naar de maan niet; voor een ander mens behoort die reis naar de maan wellicht wèl tot de ervaringsruimte maar een reis naar China niet. Iedereen heeft dus zijn eigen ervaringsruimte met zijn eigen verzameling aan mogelijkheden. Bepaalde gebeurtenissen daarin zijn dus zeker, andere waarschijnlijk of mogelijk, andere onmogelijk. Die ervaringsruimtes zijn geen geïsoleerde dingen; mensen kunnen elkaar ontmoeten, met elkaar optrekken en diepe ervaringen delen.

Wat wij het universum noemen is de som van al die ervaringsruimtes. Om bij de beeldspraak van het boek te blijven: het is de oneindige bibliotheek van alle boeken; het is de goddelijke ervaringsruimte. De ruimte waarin het ene bewustzijn zijn oneindige mogelijkheden kan beleven en ervaren.

Het fysieke universum is dus niet zoiets als een object, opgebouwd uit fysieke dingen zoals atomen en sterren, maar een ruimte die unieke ervaringen mogelijk maakt voor oneindig veel verschillende wezens. Daarvoor is het ontworpen en bedoeld, daarvoor zijn tijd en ruimte bedacht. Ruimte zorgt voor een beperking van ervaringen, zodat er een focus op een specifieke ervaring mogelijk is, los van wat er in de rest van het universum gebeurt; tijd zorgt voor een zinvolle ordening van die ervaringen waardoor ze betekenis krijgen.

We kunnen de fysieke universum dus vergelijken met een stapel blanke pagina’s waarop een schrijver een verhaal kan schrijven; de beperkingen zitten niet in het papier, maar in de geest van de schrijver. De genoemde problemen rondom spiritualiteit versus rationaliteit in de inleiding zijn van hieruit te verklaren.

Het traditionele beeld

Hierin is het universum een driedimensionale ruimte, gevuld met heel veel deeltjes, en één tijdas. Dit geheel beweegt zich langs de tijdas van het verleden naar de toekomst. Gebeurtenissen in het verleden bepalen de toekomst. Het leven van een mens is betekenisloos, wordt door toeval bepaald, en is een kort moment tussen geboorte en dood. Het universum is hier een gevangenis.

Het nieuwe beeld

Het universum dat wij ervaren is een ervaringsruimte die speciaal gecreëerd is voor ons door onze ziel. Het is betekenisvol, en het is er voor ons. De betekenis en bedoeling ervan is dat door de ervaringen van ons leven het weten van onze ziel omgezet wordt in levende kennis. Hierdoor komen wij tot bewustwording. Dit geheel, de ervaringsruimte, wijzelf, en onze ziel vormen een deeltje binnen een oneindig groot universum: het al.

De ziel

Onze ziel is een bron van wijsheid en kennis. Vanuit ons perspectief heeft ze die wijsheid opgedaan in een lineair proces van incarnaties; in ieder leven werd een nieuw stukje wijsheid vergaard waarmee de ziel zich verrijkte. Zo bezien is de ziel iets wat zich ontwikkelt in de tijd.

Het perspectief van de ziel zelf is anders. De ziel heeft altijd al over die wijsheid en ervaring beschikt, omdat ze los van de tijd bestaat. Maar die wijsheid moet wel ergens ervaren zijn binnen de tijdsdimensie. Van hieruit bezien is de ziel als een stralende zon. Het uiteinde van iedere zonnestraal is een leven dat ergens ervaringen opdoet binnen een ervaringsruimte die gekoppeld is aan tijd en ruimte. Het begin van de straal bestaat in de tijdloze sfeer van de ziel, het uiteinde doet ervaringen op ergens in een ervaringsruimte. De straal zelf is een deel van de ziel, staat los van tijd en ruimte, maar ervaart deze wel.
Wij ervaren tijd en ruimte, maar staan er los van. Juist omdat we er los van staan kunnen we deze ervaren. Het feit dat we bijvoorbeeld een klok zien lopen betekent dat we ons door de tijd bewegen en er dus los van staan. Als we naar een landschap kijken komen alle elementen van dat landschap in ons samen en vormen één geheel: het landschap. Die eenheid kan niet ontstaan binnen de ruimte, er is geen punt in ons hoofd waar alle elementen samenkomen en het hele beeld vormen.

Dit canvas, de wereld waarin wij onze ervaringen opdoen, heeft de volgende kenmerken: die wereld is levend, oneindig, multidimensionaal en niet lineair.

Kenmerken van de ervaringsruimte


De in de inleiding genoemde problemen zijn in wezen te herleiden tot de tegenstrijdigheid van twee wereldbeelden. In het ene zijn de gebeurtenissen van ons leven zinvol en hebben betekenis, in het andere is dat niet het geval; daarin wordt alles bepaald door toeval en door natuurwetten die volledig onafhankelijk van onze geest bestaan.

De ervaringsruimte van het betekenisvolle universum is (1) levend, (2) oneindig,
(3) multidimensionaal en (4) niet lineair. Het klassieke universum, de ervaringsruimte ervan is dood, driedimensionaal en kent een tijdas, en daarmee een eindeloze causale keten van oorzaak en gevolg.

Ik ga nu al deze verschillen doornemen.

1. Levend

Wat is leven? Iets is levend als achter de uiterlijke vorm bewustzijn zit. Door iets wat leeft wordt het universum op een eigen unieke manier ervaren.

Als je je ogen sluit en met je aandacht naar binnen gaat, merk je dat de basis van je bestaan bewustzijn is. Zonder bewustzijn zou je niets beseffen; je zou niet denken, niet voelen niet handelen – niet zijn. Dus van het enige stukje van het universum dat je van binnenuit kent is bewustzijn de basis. Zou dit dan niet het basisprincipe van alles zijn? De bron van alle leven?

In het betekenisvolle universum is dat zo: achter alles, achter iedere vorm, zit bewustzijn. Iets zonder bewustzijn bestaat niet, kan zich niet manifesteren in de vorm. Zonder innerlijk geen uiterlijk; alles heeft een hart.
Het betekenisvolle universum is een levend universum, een universum doordrongen van en gebaseerd op bewustzijn. Het klassieke universum is in principe dood, sterker nog: het bewustzijn zelf is niet mogelijk. Alles is immers in tijd en ruimte verdeeld, eenheid is niet mogelijk. En dat is precies wat bewustzijn is: de eenheid achter de vorm. Als ik met een mens praat, dan zie ik die mens niet als een verzameling atomen, ik ben me diep bewust van de ander, de bewuste aanwezigheid achter de vorm. Dat is leven.

2. Oneindigheid

Op het niveau van oneindigheid werkt logica heel anders dan normaal het geval is. Om dit te illustreren bedacht de Duitse wiskundige David Hilbert iets dat bekend is geworden als het hotel van Hilbert.

Stel, er is een hotel met oneindig veel kamers en iedere kamer is een gast, het hotel is dus vol. Iedere kamer heeft een uniek nummer van 1 tot ∞ (het symbool voor oneindigheid). Maar nu roepen we om dat iedere gast naar een kamer moet verhuizen die tweemaal zo hoog is als de huidige. Dus de gast van kamer 1 gaat naar 2, die van 2 naar 4, van 3 naar 6, etc. Wat blijkt nu: alle gasten zijn nog steeds in het hotel maar alle oneven kamernummers zijn leeg; de helft van het hotel is dus leeg. Dit kunnen we nog een aantal keren doen. Als we dit 10x doen, en we laten de gasten dus 10x verhuizen naar een kamer met een tweemaal zo hoog nummer, dan is nog maar één van de 1024 kamers bezet. Als we dan door de gangen van dit oneindige hotel dwalen lijkt het bijna leeg te zijn, slechts heel af en toe komen we nog iemand tegen.
Toch heeft geen enkele gast het hotel verlaten, iedereen is er nog en heeft een kamer. De logica van oneindigheid is vreemd.

Iets dergelijks geldt ook voor de aarde. De aarde is in wezen als het hotel van Hilbert, ze is oneindig. Een oneindige ervaringsruimte, niet een fysiek iets, geen driedimensionale bol die door de ruimte reist. Net als het hotel vrijwel leeg kan lijken terwijl er evenveel mensen in zijn, kan de wereld van lang geleden heel dun bevolkt lijken, terwijl toch iedereen van nu daar een leven heeft.

Hoe moet ik me die oneindigheid van de aarde voorstellen? Het antwoord is: multidimensionaal.

3. Multidimensionaliteit

Oneindigheid vinden we beangstigend. Dat we als mens onbegrensd zijn, dat het steeds verder gaat, dat wij zelf oneindig zijn, dat vinden we eng. We hebben liever te maken met eindigheid, want die begrijpen we, die kunnen we overzien. Dat voelt veilig – tenminste voor een tijdje. Vroeg of laat bereiken we een grens. Dan wordt het hokje waar we in zitten een gevangenis, het bewustzijn wil dan uitbreken. Ooit leken de velden, de bossen en de zeeën van de aarde eindeloos, joegen ze ons angst aan. En ooit in de toekomst zullen we de kosmos intrekken, omdat we de aarde te klein vinden.
Er is iets achter de muur, iets buiten het hokje waar we in zitten. Altijd. En vroeg of laat willen we weten wat daar achter is.

Multidimensionaliteit maakt het bestaan van hokjes of ervaringsruimtes mogelijk binnen de oneindigheid. Concreet: de wereld zoals je die nu beleeft, heeft schijnbaar drie ruimtelijke dimensies en één tijdsdimensie. Wij denken dat we die dimensies allemaal gemeenschappelijk beleven, maar dat is niet zo: iedere ervaringsruimte is uniek, en speciaal voor ons gecreëerd. Multidimensionaliteit maakt dat mogelijk. Multidimensionaliteit betekent dat parallelle werkelijkheden waarin we heel andere keuzes gemaakt hebben, bestaan naast de onze. Daarom hoeven we ook niet bang te zijn dat we een verkeerde keuze maken in ons leven, alles wordt uiteindelijk ervaren.
Oneindigheid en multidimensionaliteit zijn andere woorden voor vrijheid. Wat wij het universum noemen is alleen maar een hokje in iets veel groters: het multiversum.

Om dit multiversum te begrijpen moeten we anders gaan denken over ruimte en tijd. Als we denken aan een ruimte die zich oneindig ver uitstrekt in alle richtingen, dan zijn we geneigd te denken dat die alles omvat. Dat is niet zo: als we bijvoorbeeld aan het dromen zijn of een computergame spelen, bevinden we ons ineens in een geheel andere ruimte. Ook al kunnen we ons dat niet goed voorstellen: naast die driedimensionale ruimte die zich oneindig ver uitstrekt in alle richtingen zijn er nog oneindig veel andere ruimtes mogelijk: parallelle werelden, parallelle universa; er zijn geen beperkingen. Kijk maar eens om je heen: achter de ogen van ieder mens die je ziet zit een heel universum.

En het bijzondere: ons bewustzijn is met ze allemaal verbonden. Het opereert vanuit het niveau van de eenheid en kan van daaruit alles benaderen, in alles vorm aannemen en ervaringen opdoen.

Multidimensionaliteit betekent dat het universum om ons heen zich vormt naar ons bewustzijn, en ons de omgeving geeft die we nodig hebben om te ervaren en te groeien. Dit betekent dat ieder stukje bewustzijn over zijn eigen unieke ervaringsruimte beschikt.

4. Niet lineair

Verleden, heden, toekomst: een eindeloze keten van oorzaak en gevolg. Zo denken we, zo wordt het universum gezien, zo wordt alles verklaard. Dat is het lineaire beeld. Dat is ook eenvoudig te begrijpen omdat we het herkennen van de wereld rondom ons.

Moderne natuurkunde laat ons zien dat het allemaal niet zo eenvoudig is. Tijd kan immers langzaam of snel lopen, en staat op het niveau van licht zelfs helemaal stil. Het nu, het heden, is ook geen eenduidig begrip, want een gebeurtenis die voor de een in de toekomst ligt kan voor de ander in het verleden liggen. Voor de voortgang van de tijd, zoals wij die op een klok zien, is zelfs helemaal geen plaats. In de natuurkunde is er wel een tijdas, maar geen fenomeen dat zich met een snelheid van één seconde per seconde langs de tijdas beweegt.

Ook de filosofie stelt fundamentele vragen aangaande ons begrip van tijd, zoals: hoe kan iets zijn, en even later niet zijn, omdat het niet langer deel uitmaakt van het heden? Ook psychologisch klopt ons begrip van tijd niet: we kijken in de spiegel, en zien ons gezicht ouder worden, maar achter onze ogen zit iets dat niet veroudert; het kind dat in de uiterlijke wereld verdwenen is, leeft binnen in ons nog steeds. Laatst hoorde ik een oude vrouw verzuchten: “Hoe is het mogelijk dat het meisje dat ik ben, in dit oude lichaam is terecht gekomen?” Het antwoord is: jij wordt niet ouder, omdat je los staat van de tijd, maar je lichaam staat niet niet los van de tijd en wordt dus wel ouder.

Natuurkunde, filosofie én psychologie laten zien dat ons alledaagse naïeve begrip van tijd niet klopt.

Tegelijkertijd heeft deze lineaire tijd wel een diepe psychologische betekenis. Door de dingen in volgorde te ervaren – door de bladzijden van het levensboek in volgorde te lezen – wordt betekenis mogelijk, ontstaat het verhaal van ons leven waardoor wij aan wijsheid en betekenis winnen. Die betekenis wordt uiteindelijk geschonken aan de ziel en daar opgenomen in haar tijdloze wijsheid en kennis.

Het niet-lineaire perspectief is dus als volgt. Vanuit de causale sfeer straalt de ziel haar energie uit als een zon. Iedere straal incarneert in een ervaringsruimte en gaat daar helemaal in op. De betekenis die daar ervaren wordt, wordt uiteindelijk teruggegeven aan de ziel in de vorm van doorleefde wijsheid. Dit is één geheel. De ziel ‘bedenkt’ het verhaal en creëert de ervaringsruimte waarin het verhaal beleefd wordt door een straal, een incarnatie van de ziel. Hierdoor wordt de kennis levend, en omgezet in wijsheid: de tijdloze wijsheid van de ziel.

Vanuit ons perspectief is er dus een cyclus: de ziel schept – incarneert in haar schepping – ondervindt daar betekenisvolle ervaringen – de wijsheid van die ervaringen wordt teruggegeven aan de ziel. Dit is in zekere zin de cyclus van wedergeboorte. Vanuit het perspectief van de ziel vindt dit in een tijdloos nu plaats.

De ziel wéét. Om tot dat weten te komen zijn ervaringen nodig. Om diep te kunnen ervaren moet het weten vergeten worden. Dit proces van vergeten en duiken in een ervaring noemen we incarnatie. Als die ervaring voltooid is, trekt het bewustzijn zich weer terug naar het niveau van het weten dat los staat van de tijd, en van waaruit een ervaringsruimte gecreëerd wordt waarin betekenisvolle ervaringen kunnen worden opgedaan.
Leven is ervaren wat je diep van binnen al weet.

Tot slot: het eeuwige nu


Het nu dat we kennen is niet eeuwig; in een mum van tijd heeft ons bewustzijn zich alweer verplaatst naar een ander punt op de tijdas, een nieuw moment komt tot ons. Zo doorlopen wij de tijd, zo groeien wij. Zo lezen wij de bladzijden van het boek van ons leven, en al lezend ontdekken we betekenis, komen we tot verdieping.

Maar wat als ons bewustzijn daar al is? Wat als ons bewustzijn oneindig is, alles omvat? Het bewustzijn stopt dan zijn reis door de tijd, omdat er niets meer toe te voegen is aan dat bewustzijn. Alles wat wordt ervaren bestaat binnen dat bewustzijn. De voortgang van die tijd is dan een verandering van focus van ons bewustzijn: we concentreren ons op een ander moment.

Dit is het eeuwige nu. Ieder levend wezen, ieder plantje, ieder dier dat ooit bestaan heeft bestaat binnen dat eeuwige nu. Het is een oneindig uitgestrekt landschap waarin alles is. Alles is aanwezig in het licht van dat ene allesomvattende bewustzijn. Alles – alles wat ooit geweest is, alles wat ooit zal zijn. Niets is verloren.

Het eeuwige nu is het ene allesomvattende tijdloze bewustzijn, het is de bron – het is het veld van liefde waarin we leven, het ultieme causale veld, de eeuwige verbinding van allen met allen.

Je kunt door een prachtig landschap lopen en geleidelijk aan alles was daar is ontdekken, en je kunt het als geheel overzien. Eenheid is het samengaan van beide perspectieven. Pas als we ieder plantje en ieder dier afzonderlijk gezien en beleefd hebben, krijgt de schoonheid van het geheel haar diepste betekenis.

Er is niet zoiets als verdwijnen in het grote geheel. De basis van het grote geheel is diepe eerbied voor het individuele.

Niets raakt verloren, alles komt tot bloei.

De mens is zowel schepper als geschapene.

Jij bent het eeuwige nu.


© Gerrit Gielen

Tekstredactie: Ben van den Broek


1) Causale structuur: Hoe oorzaak en gevolg werken. Traditioneel wordt aangenomen dat de oorzaak vóór het gevolg ontstaat. De causale structuur bevindt zich dan dus binnen de tijd, en volgt de richting van de tijd: van verleden naar toekomst. Aristoteles had echter al het idee dat de oorzaak van een gebeurtenis in de toekomst zou kunnen liggen: doeloorzaak noemde hij dat. Dan heb je dus een andere causale structuur die vanuit de toekomst terug in het verleden werkt, dus tegen de richting van de tijd in.
In dit artikel betoog ik dat werkelijke oorzaken van dingen buiten de tijd liggen. Dit idee kom je al tegen bij Augustines zei dat God de tijd schiep maar zelf buiten de tijd staat. De causale structuur verwijst dus naar de manier waarop oorzaak en gevolg werken in relatie tot tijd. (De oorzaak van een gebeurtenis ligt in het verleden, de toekomst, of buiten de tijd.).

2) Causale sfeer: Je zou het zo kunnen zien: Je ware zelf is een ziel, jouw ziel: het grote ik. Een deel van de ziel duikt in de tijd en wordt het kleine ik: de mens die hier op aarde leeft. Het deel van jou dat het grote ik is, jouw ziel, bestaat in wat ik de causale sfeer noem. Een gebied voorbij de hemel, het is wat je wordt wanneer je de hemel verlaat en niet langer het kleine ik bent. Dit is het gebied waar de werkelijke oorzaken van je leven en de gebeurtenissen in je leven hun oorsprong vinden.


Vanuit het zijn ontspringt een melodie, die melodie noemen we tijd.
The creation of time – Met AI gemaakte afbeelding (Gerrit)


Filosofie

Post navigation

PREVIOUS
Vergeven, anderen en jezelf
NEXT
Atlantis en de psychologie van lichtwerkers

One thought on “Causaliteit en spiritualiteit”

  1. Corina schreef:
    27 november 2025 om 18:00

    Wauw al mijn innerlijke vragen worden hierin besproken en uitgelegd. Ik snap niet alles met mijn hoogd maar het is samenwerking van het lezen en een innerlijk weten . Dank je wel Gerrit🙏

    Beantwoorden

Laat een antwoord achter aan Corina Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Nieuwsbrief

    Contact

      Meest recente berichten

      • Je vrouwelijke wezen omarmen 
      • Kerstboodschap
      • Uit het systeem stappen begint in jezelf
      • De kunst van zelfliefde: het omarmen van je schoonheid
      • Herinner je wie je werkelijk bent

      Recente reacties

      1. Jitske op Herinner je wie je werkelijk bent
      2. Roos op Uit het systeem stappen begint in jezelf
      3. Katerina Zandbergen op Uit het systeem stappen begint in jezelf
      4. Ilse Werdler op Uit het systeem stappen begint in jezelf
      5. Fonne Kuiper op Atlantis en de psychologie van lichtwerkers

      Nieuwsbrief

        Contact

          © 2026   All Rights Reserved.