Atlantis en de psychologie van lichtwerkers
Gerrit Gielen
Er is veel geschreven over Atlantis, maar dit stuk richt zich vooral op de psychologische dimensie. Welke innerlijke ontwikkelingen hebben de heersers van Atlantis – de lichtwerkers van nu – doorgemaakt in de eeuwen die sinds hun val zijn verstreken, en hoe werken die tot op de dag van vandaag door?
Geschiedenis laat innerlijke sporen na. Voor de psyche bestaat er geen verleden: alles is nu. Onze kindertijd, onze vorige levens, ze zijn levend aanwezig in ons. Wie we waren, zijn we nog steeds; er zijn alleen lagen bij gekomen, als jaarringen van een boom.
Als we deze analogie volgen, correspondeert elke historische periode met een ‘ring’, een laag in onszelf. Onze geschiedenis ís onze psyche, onze persoonlijkheid. Zo’n ring omvat een verzameling levens die met die periode verbonden zijn. Elke ring bevat tal van ervaringen en persoonlijkheden, maar heeft een gemeenschappelijke kern: verbondenheid met een bepaalde fase uit de geschiedenis.
Daarom is het belangrijk te begrijpen wie we geweest zijn en wat we gedaan hebben. Het geeft inzicht in wie we nu zijn, en hoe we verder kunnen. Begrip van het verleden verlicht de weg naar de toekomst. Zonder dat begrip blijven we gevangenen van wie we waren en herhalen we het verleden.
Bij lichtwerkers zijn meestal vier ringen te onderscheiden:
- de kosmische ring – de kern
- de Atlantische ring
- de buitenstaander-ring
- de menselijke ring
Wanneer die lagen in harmonie samenwerken, wordt het kosmische verbonden met het aardse. Maar vaak is dat niet zo: energieën botsen en kunnen de doorstroming vanuit de kern blokkeren. Dit artikel gaat over die ringen, hun spanningen en hoe we ze kunnen helen. Zelfkennis is, zoals altijd, de sleutel.
De kosmische ring – de kern
We zijn diep verbonden met de kosmos. Voor we naar de aarde kwamen, leefden we tussen de sterren. Het universum was ons domein. Vele levens brachten we door in andere sferen en dimensies.
Lichtwerkers weten dan ook intuïtief dat de oneindigheid van het universum in hen aanwezig is. Ze voelen zich diep verbonden met de sterren en de eeuwigheid. Daarom dragen lichtwerkers altijd een verlangen in zich om de kosmische kern te verbinden met de uiterlijke wereld, en zo een kanaal te vormen tussen aarde en kosmos. Ze voelen het als hun taak om de aarde en haar beschaving in te weven in het kosmische geheel. Dat was ook de oorspronkelijke drijfveer van de eerste Atlantiërs.
Dit verlangen is uiteindelijk ook psychologisch: ieder mens heeft een natuurlijke drang om zijn omgeving te verbinden met zijn kern, zodat hij zichzelf volledig kan manifesteren. Maar dat lukt niet zolang er trauma’s en blokkades aanwezig zijn in de omliggende ringen. Daardoor wordt de energie onvoldoende doorgegeven. Dit is de pijn van lichtwerkers, en de reden waarom zij zich vaak terugtrekken uit de wereld. Ze geloven niet meer dat het mogelijk is hun kern te laten zien, uit angst voor afwijzing.
Toch blijft het verlangen bestaan: jezelf zijn temidden van de wereld. ‘Jezelf’ betekent: leven vanuit het bewustzijn van je kosmische oorsprong. Zolang je niet jezelf bent, sta je op gespannen voet met je omgeving. Dat creëert diepe innerlijke spanning, die uiteindelijk psychische en fysieke problemen veroorzaakt.
Hoe heerlijk zou het leven niet zijn als we werkelijk onszelf mochten zijn? Waarom is dat zo moeilijk? Het antwoord ligt in gebeurtenissen die ogenschijnlijk ver in het verleden liggen, maar innerlijk nog altijd dichtbij: de tijd van Atlantis.
De Atlantische ring: macht en eenzaamheid
Toen de Atlantiërs voor het eerst incarneerden op aarde, deden ze dat met de nobelste intenties: de planeet beschermen tegen buitenaardse invloeden, haar bewoners onderwijzen en begeleiden, en de aarde weer verbinden met de kosmos. Maar wat ze niet begrepen, is dat je iets pas kunt verheffen als je het eerst verinnerlijkt. De aarde kon niet kosmisch geïntegreerd worden zonder dat ze zich eerst innerlijk met haar verbonden.
In plaats daarvan zetten ze macht in als middel. Hun kosmische kennis, technologische vaardigheden en het derde oog gaven hen een overweldigende kracht. Ze wilden het goede doen, maar ze zagen niet wat macht met henzelf deed.
De psychologie van macht
Macht corrumpeert. Langzaam maar onverbiddelijk verandert het de blik op jezelf en de wereld. De machthebber begint zijn positie als vanzelfsprekend te zien en ziet zichzelf als beter, waardevoller, bijzonderder dan anderen. Het zelfbedrog van macht fluistert: het universum heeft jou deze macht gegeven omdat jij meer waard bent.
Macht is bepaald geen bron van spirituele groei. Ze verstoort innerlijke harmonie, voedt angst en paranoia, en leidt vooral tot eenzaamheid. Macht lijkt een kortstondige zekerheid te bieden, een illusie van controle, maar ze vernietigt de natuurlijke verbindingen die ons menselijk maken.
Het ontkennen van de ander
Wie macht uitoefent, ontkent het bewustzijn van de ander. De ander wordt een verlengstuk van je wil; een soldaat, een dienaar, een ondergeschikte – hun menselijkheid lijkt niet meer te bestaan. Maar deze ontkenning reikt verder dan de ander. Het menselijk bewustzijn is een afspiegeling van de eenheid van het universum: alles wat buiten je is, weerspiegelt iets in jou. Macht uitoefenen betekent een scheiding van die eenheid. Je onderdrukt niet alleen iets buiten jezelf, maar ook iets in jezelf. Wie anderen onderdrukt, onderdrukt een deel van zijn eigen wezen.
Zo ontstaat een spirituele leegte. Ware spiritualiteit kan niet bloeien binnen een machtsrelatie. Waar macht heerst, groeit een valse spiritualiteit: religie als machtsinstrument, angst in plaats van liefde, hiërarchie in plaats van gelijkwaardigheid.
De eenzaamheid van macht
Wie macht heeft, zou zich moeten afvragen: wat blijft er over van de relatie met de ander als mijn macht verdwijnt? Het antwoord is schrijnend weinig. Liefde, vriendschap, warmte – ze zijn verstoord. Achter het masker van gehoorzaamheid kan haat schuilen, die zich wreekt zodra de macht verdwijnt. De machthebber voelt dit, en dat voedt wantrouwen. De oplossing? Nog meer macht. Zo draait de cyclus zichzelf steeds sneller rond, en ontstaat terreur.
Macht verandert ook hoe men communiceert. Commanderen wordt vanzelfsprekend; eerlijk spreken vanuit het hart wordt als zwakte gezien. Empathie, luisteren, begrijpen – alles wat echte verbinding vormt – wordt verwaarloosd. Wie macht over een ander heeft, ziet die ander als minderwaardig. Wat valt er dan nog te leren? Waarom zou je hun taal willen spreken?
Zo verbreekt macht niet alleen de natuurlijke relatie met de ander, maar ook het vermogen om op een menselijke manier te communiceren. Machthebbers worden bekrompen, achterdochtig en sociaal geïsoleerd. Dictators hebben geen vrienden; ze omringen zich met ja-knikkers en zien iedereen met een eigen mening als bedreiging. Hartsverbindingen worden vernietigd. Eenzaamheid groeit, en met eenzaamheid komt angst. Angst probeert de machthebber te bestrijden met nog meer macht. Zo draait de cirkel zichzelf rond: paranoia, angst voor machteloosheid, angst voor wraak. Relativering, vreugde, schoonheid en vriendschap verdwijnen. Het leven wordt gereduceerd tot een spel van macht en angst.
Macht en dualiteit zijn onafscheidelijk. Waar dualiteit heerst, heerst ook angst. Macht maakt eenzaam. En met die eenzaamheid worstelen zelfs de lichtwerkers nog steeds.
De les van Atlantis
Deze spiraal van macht, eenzaamheid en angst leidde uiteindelijk tot ineenstorting. Het universum en de aarde zelf namen afstand van deze krankzinnige cyclus. De toren van macht stortte in met donderend geraas. Zo ging het in Atlantis, zo gaat het vandaag nog steeds: grote rijken vallen, machthebbers eindigen als psychische wrakken. Dit was ook het lot van veel Atlantiërs. Hun diepe inzichten waren verstard tot starre spiritualiteit. Ze hadden niet geleerd zich op een natuurlijke, gelijkwaardige manier te verbinden met hun omgeving en medemensen. Ze incarneerden opnieuw als kinderen van aardemensen, zonder macht, maar met de littekens van psychisch letsel door machtsmisbruik.
De weg naar genezing was lang, zwaar en soms pijnlijk. Maar het was ook een weg van leren, van opnieuw verbinden, van het herwinnen van de hartsverbindingen die macht had verbroken.
De buitenstaander-ring – onder de mensen
Een nieuwe omgeving nodigt uit om te groeien en verbindingen aan te gaan. Het bewustzijn reikt naar het andere en ontwikkelt zich daardoor. Wie zich ooit in een andere cultuur heeft ondergedompeld, weet hoe verrijkend dat kan zijn. Vaak zoeken mensen onbewust zo’n omgeving om iets nieuws in zichzelf te ontdekken.
De Atlantiërs begrepen dit nauwelijks. In plaats van zich te verbinden met de aarde, probeerden ze haar te overheersen. Ze verloren hun kosmische verbinding en hun evolutie stokte. Hun komst naar de aarde was bedoeld voor de ontwikkeling van hartsbewustzijn, maar stagnatie en machtsmisbruik riepen natuurkrachten op die uiteindelijk hun ondergang bewerkstelligden. De natuur herstelde het evenwicht.
In het bewustzijn van lichtwerkers leeft nog altijd een Atlantische erfenis: een blokkade die kosmische energie soms belemmert, geworteld in angst en superioriteitsdenken. Wie gewend is veel macht te hebben, ervaart bij een incarnatie zonder macht vaak intense angst. Dit verklaart deels het bestaan van veel complottheorieën bij lichtwerkers.
Na de val van Atlantis incarneerden de lichtwerkers opnieuw, ditmaal als gewone kinderen zonder macht. Ze ervoeren van binnenuit de gevolgen van hun vroegere handelen. Hoewel hun steden verdwenen waren, bleef de psychologische impact voelbaar. De aardse mensen hadden de Atlantische machtsstructuren verinnerlijkt. De starre orde en religies dienden ter onderwerping, en degenen die inzagen dat het anders kon, waren de grootste gevangenen.
De lichtwerkers probeerden veranderingen door te voeren, maar stuitten overal op weerstand. Mensen voelden intuïtief afkeer van hen, veroorzaakt door onbewuste herinneringen aan de tijd dat ze door hen onderdrukt werden én hun anders-zijn. Sociaal contact met aardse mensen was moeilijk; ze hadden het nooit geleerd en waren gewend hun omgeving via macht te beheersen. Hierdoor werden ze vaak als vreemd ervaren, en tolerantie voor anders-zijn was schaars. Het was een tijd van vervolging, onderdrukking en wanhoop.
Nu voelen veel lichtwerkers met herinneringen aan deze levens zich slachtoffer. Ze herinneren zich de wreedheid van hun medemens. Hun fout lag vaak in het proberen te herstellen van de oude machtsverhouding: anderen moesten luisteren, want zij wisten het beter. Zonder macht leidde dit tot veel leed. Kennis overdragen via liefde en vriendschap hadden ze niet geleerd; ze moesten het waardevolle van machteloosheid ontdekken.
Het echte probleem was eenzaamheid. Deze bleek moeilijker te verdragen dan vervolging, omdat ze geen ervaring hadden met gelijkwaardige verbindingen. Verbinden moet geleerd worden, vooral na vele levens waarin relaties waren verbroken.
Toch was deze fase zinvol. Het confronteerde hen met hun eigen machtsdenken en nodigde uit dit los te laten. De uiterlijke strijd weerspiegelde een innerlijke strijd. Stilte en eenzaamheid dwongen hen tot introspectie en diep binnenin hun werkelijke kracht te ontdekken: liefde.
Door deze innerlijke transformatie begonnen ze de verbroken verbindingen te helen – met de natuur, de kosmos en zichzelf. Alleen zijn betekende niet langer eenzaam zijn. Innerlijke vrede verving de drang om te overheersen.
Tot hun verrassing begonnen anderen toen naar hen toe te komen. Mensen zochten hun raad, wilden genezen worden of voelden bij hen wat spiritualiteit werkelijk was. Door machtsdenken los te laten, ontdekten de Atlantiërs de schoonheid van de aarde én dat mensen graag bij hen wilden zijn om wie ze waren. Jezelf zijn trekt anderen aan.
Zo werden de verbroken verbindingen hersteld. Er ontstond wederzijdse liefde, vriendschap en respect – waarden die oneindig veel waardevoller zijn dan macht.
De menselijke ring – samen op weg
Macht maakt eenzaam. Vanuit die eenzaamheid ontstaat het verlangen naar verbinding. Veel onnodig lijden komt voort uit een oude psychologische houding waarin macht nog altijd centraal stond. Verbinding wordt pas mogelijk wanneer we dat machtsdenken loslaten en de wereld om ons heen benaderen vanuit liefde. Dat leren was een pijnlijke, maar noodzakelijke les.
Liefde herstelt wat verbroken is. Heling kan alleen plaatsvinden als we onze machteloosheid en kwetsbaarheid toelaten. Dan kunnen vriendschap en liefde weer vrij stromen. Lichtwerkers worden opnieuw gezien voor wie ze werkelijk zijn. Innerlijk licht kan alleen schijnen via de kanalen van eerlijkheid en kwetsbaarheid.
Het samengaan van lichtwerkers en aarde mensen vormt in potentie het begin van een prachtige bloei: de geboorte van de kosmische mens.
Lichtwerkers zien en weten vaak veel, en juist daardoor lopen ze het risico in de rol van goeroe te belanden. Volgelingen worden dan meegenomen in een machtsrelatie. Zo herhalen zich de oude fouten van Atlantis. De boodschap wordt dan dat de waarheid buiten jezelf ligt, en dat je je moet onderwerpen aan een ander. Daarmee ontken je zowel je eigen ziel als de gelijkwaardigheid van de ander.
De enige weg is handelen vanuit vriendschap en liefde, niet vanuit superioriteit of macht. Alleen dan kan innerlijk weten zich vrij bewegen door de mensheid heen – en kunnen wij zelf ontvangen wat anderen weten. Ieder mens heeft zijn eigen bijzondere ervaringen, zijn eigen verhaal. Alleen in gelijkwaardigheid kunnen we die rijkdom ontvangen en daardoor groeien. Ieder levend wezen, hoe klein ook, heeft een unieke blik op het universum waar we van kunnen leren.
Werkelijke verandering begint bij het willen leren van de ander. Door te luisteren, te waarderen en lief te hebben – en door ook ons zelf te laten veranderen. Dat is de les die de Atlantiërs ooit niet begrepen.
Waarheid heeft een veld van vriendschap, gelijkwaardigheid en verbondenheid nodig om zich te verspreiden. Zelfs een kluizenaar die in stilte liefheeft, deelt zijn waarheid met allen. Onwaarheid verspreidt zich via angst: “Je moet luisteren, want anders…”. Zo hebben religies en dictators eeuwenlang gewerkt. Maar dat werkt steeds minder. Meningen divergeren, mensen verlaten traditionele systemen en beginnen hun eigen innerlijk kompas te volgen. Oude ideologieën laten los.
Temidden van de chaos groeit hoop. Ja, er zijn oorlogen, ecologische crises en leiders die verdwalen in macht en angst. Maar onder het oppervlak wint de waarheid langzaam aan kracht. Als je met anderen spreekt, merk je hoe diep het verlangen naar vrede, vrijheid en harmonie met de natuur gedeeld wordt. Dat verlangen wordt steeds breder gedragen. Voor het eerst in de geschiedenis beginnen mensen van alle landen en culturen met elkaar te praten en leren elkaar te waarderen.
Wanneer je verward raakt door alle ellende, praat dan met je buren, je vrienden, je naasten. Als je echt luistert zul je ontdekken hoeveel vriendelijkheid en innerlijk weten er al aanwezig is. De nieuwe tijd begint niet met revoluties van bovenaf, maar in de harten van mensen – als een stille, krachtige stroom die onder alles door beweegt. Wie zich daarop afstemt, voelt dat de storm langzaam gaat liggen.
Het eerste licht breekt door de wolken: in de glimlach van kinderen, de schoonheid van de natuur, de kleine daden van vriendelijkheid om ons heen, de groeiende band tussen de mensen onderling.
We zijn op weg, samen.
Tot slot: de weg naar wijsheid
Waar gaat deze weg heen? We bewegen richting kosmos, met onze menselijkheid en ons hart. We nemen mee: ontwikkeld hartsbewustzijn, herinnering aan schoonheid, innerlijke kennis van alle levens op aarde.
Wijsheid ontstaat door introspectie. Daar zien we ons kosmisch zelf – een schitterend wezen dat de ervaring van eenzaamheid wil doorgronden. Eenzame ervaringen onthullen de essentie van menselijke waanzin en geweld. Macht maakt niet alleen corrupt; macht maakt eenzaam.
Door deze levens van macht, eenzaamheid en pijn te begrijpen, kunnen we de Atlantische ring transformeren. Machteloosheid wordt een toegang tot verbinding; vanuit eenzaamheid herontdekken we ons kosmisch licht. Werkelijke lichtwerkers zijn zij die deze illusie van eenzaamheid hebben overwonnen. Wie eenzaamheid begrijpt, begrijpt alles en ziet de pijn van zijn medemens.
Het licht dat zo ontstaat, trekt anderen aan. Het komt niet van woorden of ideeën, maar van innerlijke schoonheid. Machteloosheid is geen straf; het is een gelegenheid om opnieuw verbinding te maken – met jezelf, de natuur en anderen.
Door vrede te sluiten met alle levens – de daders, de slachtoffers, de buitenstaanders – vinden we de ultieme thuiskomst: bewustzijn van wie we werkelijk zijn. Alleen zo ontstaat de verandering die de wereld nodig heeft.
© Gerrit Gielen
One thought on “Atlantis en de psychologie van lichtwerkers”
Wat een waarheid geweldig geschreven…… bedankt hiervoor
Had ik nog nodig
Fonne Kuiper😇🤔